Wat doen scholieren met een woordenboek?

Wie zich bezighoudt met de ontwikkeling van leermiddelen moet echt even kennis nemen van dit confronterende filmpje. Er zijn genoeg mensen die zich zorgen maken over de slechte taalkennis van scholieren, maar hier zie je een stukje van het probleem fraai verbeeld. Wat is het geval: Van Dale presenteerde enkele jaren geleden een woordenboek, speciaal voor (v)mbo-scholieren. In eenvoudige taal geschreven, met minder juridische uitleg. De uitgever legt uit waarom een eenvoudiger woordenboek zinvol is. Maar wat blijkt bij de praktijktest op het schoolplein: het probleem is niet (alleen) het begrijpend lezen. De scholieren zijn niet meer behendig genoeg in het opzoeken op alfabet.

Deze kwestie fascineert mij en ik ben er eens verder over gaan nadenken. Hoe vaak oefen je eigenlijk nog de vaardigheid om iets op te zoeken op alfabetische volgorde? Niet meer in een telefoonboek, want je vrienden staan op naam in je gsm. Niet meer in een atlas, want we hebben Googlemaps waar je direct de plaatsnaam opzoekt. Niet meer in een encyclopedie, want Wikipedia of Google werken direct op zoekwoorden. De handeling is dus in het alledaagse gebruik bijna overbodig geworden. De enige plek die ik nog kan bedenken is het opzoeken van een boek in een kast van de bibliotheek, waar de boeken op alfabet staan. Of is daar ook al een alternatief voor?

Van Dale doet er misschien goed aan dit woordenboek ook digitaal te maken of als app te leveren voor de smartphones en tablets.